Tralala

Kleindochter Sophie (2) heeft een indrukwekkend repertoire aan acties om haar agenda boven die van mij te stellen. Bijvoorbeeld wanneer ik toch echt haar luier wil verschonen, móet wat mij betreft, en zij een heel andere tijdsbesteding in haar hoofdje heeft.

Op beentjes als van een startende schaatscrack wegrennen, desnoods de wijde wereld in als die kans zich aanbiedt. Onder de tafel kruipen naar dat ene plekje waar opa met zijn stijve rug van alle kanten nét niet bij kan. Keihard en zonder aankondiging vooraf gaan huilen, liefst in combinatie met zichzelf in een wanhoopsboogje over het krukje in de keuken werpen en daar mijn troostend bedoelde arm met een wrevelig gebaar van zich afschudden. Of zo dicht bij me gaan staan dat onze neuzen elkaar bijna raken en dan met wijd opengesperde ogen en mond NEEEEEE! roepen. Of, in een meestal geslaagde poging mijn hart te breken, haar knuistjes in de zakken van haar broek of jurkje proppen, haar hoofd laten zakken en dan, treurig starend naar de grond, onbeweeglijk voor me blijven staan.

Maar vandaag heeft ze een nieuwe dimensie voor zichzelf geopend. Wanneer ze me geholpen heeft met koffie maken – ja, dát knopje – moet ze hoognodig haar handen wassen. Een ritueel waar ik graag een beetje in de buurt blijf om te voorkomen dat keukenvloer en kleren in één moeite meegenomen worden in het waterballet. Precies de reden waarom ze mij zo ver mogelijk weg wil hebben.

‘Ga je doen, opa?’, vraagt ze met haar liefste lachogen terwijl ze de kraan op volle sterkte opendraait.
‘Even bij jou blijven’, zeg ik.
In plaats van aandacht aan mijn antwoord te besteden of er tegenin te gaan, begint ze al handen wassend te zingen.
‘Jajaja… titulitu… zoooo… even nat maken… jajaja.’
Wanneer ik een doekje pak om de plassen die zich op de aanrecht vlot uitbreiden richting wasbak te sturen, zingt zij rustig verder.
‘Tralala… opa gaat op de bank zitten… trilala… jajaja.’
‘Ga jij dan zo je handen afdrogen?’
‘Titulita… tralala… nee… ik ben even bezig… lalala.’

Vanaf de bank kijk ik dan maar naar een klein meisje op een keukenkrukje dat zachtjes zingend de boel onderspettert.