Zorg

Het is een soort ritueel met kleindochter Sophie (2). Eerst grote broer Liam (6) en grote zus Elin (4) naar school brengen. Dan naar de kinderboerderij om te kijken waar de konijnen zich hebben verstopt. ‘Dag konijntjes, tot de volgende keer.’ Limonade voor haar en koffie voor mij in ons vaste koffiecafeetje en vervolgens richting huis.

‘Gaan we konijnen kijken?’, vraag ik dus naar gewoonte als zij de drinkbekers en etenstrommeltjes van broer en zus met haar kleine armenvol naar de juiste verzamelbak heeft gebracht.
Ze zucht en schudt haar hoofd.
‘Huis toe’, mompelt ze.
‘Geen konijnen? Geen limonade?’, vraag ik verbaasd.
‘Huis toe’, zegt ze, nauwelijks verstaanbaar.

Daar gaat ze meteen aan de slag. Alle knuffels moeten op een net rijtje achter het raam om met glazige blik naar de wereld buiten te kijken. De vaatwasser moet nog leeggeruimd. Samen vissen we achtergelaten speelgoed onder de grote kast vandaan. We stofzuigen de kamer, zij met twee handen beneden aan de slang ik daarboven. En dan is het de hoogste tijd voor haar om met haar houten espressomachientje kopjes koffie te gaan maken.
‘Pas op, opa. Beetje heet, blazen!’

Ook ’s middags, wanneer broer en zus zich alweer lang en breed op de bank achter hun schermen hebben uitgespreid, zijn haar zorgen nog niet over. Ik zie haar druk in de weer met pannen, pollepels, bekers en borden. Tot ze een lok haar uit haar ogen veegt en blijkbaar tevreden is.
‘Jommes, eten!’, roept ze naar de hangfamilie op de bank.
Geen reactie.
‘Jommes, aan tafel! Eten! Goed voor je!’
Alleen elektronische spelbliepjes komen als antwoord van de bank aangezeild.

Ik zie Sophie’s gezichtje betrekken en roep dus maar even naar ze dat hun kleine zus eten heeft gemaakt en wat ze daarvan vinden.
‘Vies!’, wordt er giechelend teruggeroepen.

Met neerhangende schoudertjes loopt Sophie naar de grotemensenkeuken. Ze schuift een krukje naar de aanrecht, klimt erop en pakt het vaatdoekje bij de spoelbak vandaan. Daarmee loopt ze terug naar haar speelgoedkeukentje en begint daar met vermoeide maar vastberaden gebaren haar pannen en borden te boenen.
‘Vies’, zegt ze ondertussen tegen zichzelf. ‘Eten vies. Eten goonmaken!’