Nep

‘Uche, uche.’
Kleindochter Elin (4) hoest zoals je deftige dames dat in films wel eens ziet doen. Gebogen handje zo schuin voor de kuchende mond en een blik erbij die eerder een verzoek om aandacht toont dan problemen met de keel.

‘Elin hoest altijd nep’, zegt haar grote broer Liam (6) terwijl hij met een licht geïrriteerd gebaar zijn schouders ophaalt.

Ik verwacht verontwaardigde ontkenning, maar Elin veert eerder op van het commentaar van haar broer.
‘Ik kan per ongeluk nephoesten, expres nephoesten én echt hoesten’, legt ze mij trots uit.

‘Per ongeluk nephoesten…’, zegt Liam op smalende toon. ‘Dat kan dus helemaal niet.’
‘Ja hoor’, zegt zijn zus en geeft ‘uche, uche’ meteen een demonstratie.
‘Was dat dan per ongeluk of expres?’, vraag ik aan haar.
‘Dat was expres’, legt ze met twee uitgestrekte handen geduldig aan mij uit. ‘Maar soms moet ik echt hoesten en dan wordt het per ongeluk nep.’
Naast mij valt Liam ondertussen met een zachte kreun achterover op de bank.
‘Meiden…’, zucht hij.