Huishouden

Op de stoelen rond de eettafel zitten en hangen toch al snel een kleine twintig knuffels. Sommige slap onderuitgezakt, zoals een grootfamilie konijnentroetels. Andere fier rechtop, zoals een verzameling knuffelberen en diverse uitvoeringen van Paw Patrol-heldin Skye, die met grote glazen ogen de wereld in blikt. Tussen hen en het speelgoedkeukentje loopt kleindochter Elin (4) bedrijvig heen en weer.

‘Ik zit volgeladen met baby’s’, zucht ze in het voorbijgaan naar mij. En met een scherpe stemverheffing richting haar zorgenkinderen: ‘Even wachten baby’s!’

Ze maakt een maaltijd voor haar kinderen, heeft ze me uitgelegd. Pompoensoep. Dat is goed voor ze en ze hebben zo’n honger…
‘Baby’s, weg! Heet!’, roept ze vanachter haar speelgoedfornuis, waar ze met een uit de gewone la gepikte lepel, ‘dat moet even hoor’, in een klein pannetje staat te roeren. Eén arm strekt ze alvast uit om denkbeeldige vingerbrandertjes op afstand te houden.
‘Baby’s, laat me nou toch eens even!’

Na nog wat roeren en vermaningen richting hongerigen, ‘Baby’s! Het komt erahaaan!’, zet ze het pannetje met de denkbeeldige pompoensoep op tafel, en veegt wat verwaaide haren uit haar gezicht. Als een verkeersregelaar die de overspanning nadert, rent ze vervolgens naar de gewone servieskast in de kamer en stapelt daar alle drinkbekers die ze kan vinden tot een wankele toren.

‘Euhmm… Elin…’, begin ik. ‘Een stuk of drie vind ik wel genoeg hoor.’
Verstoord kijkt ze me aan.
‘Opa!’, zegt ze, met nauwelijks verborgen ongeduld in haar stem, ‘het is nép.’
‘Ja nee, dat zal wel, maar dan hebben we straks zelf geen bekers meer.’
Ze kijkt me aan als een zorgmoeder in haar overuren die net heeft ontdekt dat de luiers én de koffie op zijn en zucht dan heel diep.
‘Oh opa!’, begint ze. Maar laat dan met een vermoeid gebaar haar armen langs haar lichaam vallen.
‘Okéééé… Dan was ík wel weer af.’