Waardering

Eerst ontdekte kleindochter Sophie (2) de losse woordjes. Auto, eend, meeuw, konijn. Desnoods als spervuur herhaald wanneer er veel van hetzelfde langskwam in haar blikveld. Eend, eend, eend, eend, meer eend.

Toen ging ze rubriceren. Eend… meeuw… zwaan… Vogels!

En nu opeens deze opadag heeft ze woorden gevonden voor haar waardering van die gerubriceerde verschijnselen om haar heen. Zoals de konijnen in de kinderboerderij. Lief! Of een boom even verderop. Mooi! Of opa die zij, met een klein schortje voor, nepkoffie uit haar speelgoedkeukentje serveert. Leuk! Of diezelfde opa die met zijn kippige ogen twee verschillende sokken aan haar voetjes schuift. Shit!

Ze deelt haar kwalificaties uit zoals ze loopt: met stevige, constaterende stappen. Leuk! Mooi! Shit! Onwrikbaar in haar oordeel. Met uitzondering van één categorie: grappig! Zoals bij een reclamebord in ons vaste koffiecafeetje dat telkens van kleur verandert. Grappig! Ze spreekt het peinzend uit, als geroerd door wat er toch allemaal voor haar verzonnen is.

Maar het beste merk ik haar nieuwe sprong voorwaarts in taal bij oud zeer waar ze nu eindelijk de woorden bij heeft gevonden: mama die terugkomt van haar werk en kletst met opa, terwijl zij er voor spek en bonen bij zit. Nog niet zo lang geleden ging ze dan gewoon een beetje klieren om de aandacht terug te krijgen die haar toebehoorde. Zachtjes huilen desnoods. Nu klimt ze bij haar mama op schoot, knijpt met één handje de pratende mond dicht, wijst met haar andere handje naar mij, kijkt haar moeder met strenge ogen aan en zegt: ‘Míjn opa!’

Onwrikbaar.