Jeroen

Nog niet zo lang geleden moest ik hem vrijwel dagelijks met zachte hand en soms iets minder zachte stem bij ons beneden uit de hal verdrijven. Het was niet anders en zelfs Jeroen begreep dat min of meer. Zeker die keer dat hij luidop Bijbelteksten citerend met schokkende bewegingen op de vloer spartelde en het van alle kanten liet lopen. In groeiende ongerustheid belde ik 112 voor medische bijstand. Die kwam, in de vorm van twee politieagenten die met een geroutineerd gebaar plastic handschoentjes aantrokken en hem vervolgens sommeerden de straat weer op te gaan. Dat hadden we onderling ook wel kunnen regelen. Bij de daklozenopvang ‘Perspektief’ aan de overkant reageerden ze, gelukkig voor hem en mij, een stuk zorgzamer.

Inmiddels gaat het beter met Jeroen. Hij heeft naar eigen zeggen een vaste slaapplek bij datzelfde Perspektief en zijn lange haren en baard zijn nog steeds pluizig maar wel met vrolijke elastiekje en kraaltjes bij elkaar gebonden.

Vandaag kwamen we elkaar op onze stoep tegen. Allebei op de fiets en hij, terecht, vol bewondering over die van mij.
‘Schijfremmen, zozo.’
‘Ja joh.’
‘En dat tasje? Is dat voor de GPS?’
‘Yep.’

Smalltalk. Prima natuurlijk. Maar al snel vraagt hij – vertrouwd terrein – of ik misschien wat muntgeld over heb.
‘Sorry, Jeroen. Niks bij me. Maar komt morgen goed, als ik je zie bij de Albert Heijn.’
‘Nee, natuurlijk!’, reageert hij meteen met een groots armgebaar. ‘Logisch. Je bent aan het sporten. Maar’, besluit hij dan, ‘ga lekker een keer een happie van mij eten!’
Ik kijk hem wat verbaasd aan, denk ik, want hij komt direct gedetailleerd ter zake.
‘Bij Bar-Sil aan de Beestenmarkt. Neem een uitsmijter. Drankje erbij. Pak er gerust nog een als je er zin in hebt.’
‘Okeee’, zeg ik, wat aarzelend.
Hij kijkt mij, anders dan vroeger, gewoon aan. Dus luister ik, onwillekeurig.
‘En zeg maar: op rekening van de Schepper! Mijn credit card ligt daar, dus dat komt helemaal goed. Allah, mag ook. We zijn één god, hè?’

Een beetje aarzelend neem ik afscheid.