Leven

‘Bacteriën zijn het eerste leven.’
Vóór mij in de bakfiets legt kleinzoon Liam (6) zijn zusje Elin (4) de basisgedachte van de evolutie uit.
‘Kijk, Elin’, zegt hij in een vrijwel volmaakte echo van het ‘nou kijk’ waarmee mijn eigen grote broer zijn wijsheden voor mij altijd inleidde. ‘Eerst waren er bacteriën, toen dino’s en daarna kwamen pas de ridders.’
Ik kan met al het verkeer om me heen niet goed horen wat ze antwoordt, maar erg geïnteresseerd klinkt het niet.
‘Bacteriën zijn beestjes’, gaat Liam standvastig door, ‘in je neus.’
Ik zie Elin wat ongemakkelijk op haar bankje heen en weer schuiven bij al deze onthullingen.
‘Maar het zijn beestjes die je helpen’, probeert Liam, attent op haar reactie, zijn zusje gerust te stellen. ‘Ze vechten tegen foute cellen. Weet je oude omaatje nog?’
‘Die is dood’, stelt Elin zonder omwegen vast.
‘Bij haar deden de beestjes het niet meer. Maar bij ons wel, want wij zijn nog lang niet af.’
Elin hoor ik nu helemaal niet meer. Tot Liam zijn volgende stukje kennis met uitleggende handen bij haar op de knieën legt.
‘En in je oor zit een trommelvlies.’
‘Ja, nou hoor…’, klinkt het van de andere kant.