Lief

Even rust aan mijn kop en tijd voor mezelf. Dacht ik.

Maar dan de praktijk.

Ik eet te schielijk – toch niemand om mee te praten. Ik adem te onrustig – alsof de lucht geen zin heeft om alleen maar voor mij erin en eruit te gaan. En in plaats van te slapen staar ik verwarde dromen binnen en draai ik klamme rondjes in een leeggewoeld hoeslaken.

Het duurt even voor het tot me doordringt, als een zachtjes binnensluipende onthulling over een leven waarin we elkaar voornamelijk met rust laten.

Ik mis mijn lief.