Sleutelhanger

Zijn jas hangt losjes achterop zijn rug, min of meer op zijn plek gehouden aan de capuchon die hij over zijn hoofd heeft getrokken. Zijn schooltas bungelt aan zijn hand, nauwelijks boven de grond. Wanneer hij vlak bij mij is, geeft hij hem een slinger zodat hij voor mijn voeten landt. Kleinzoon Liam (6) komt uit school.
‘Hoe was het?’
‘Goed.’

Even later staan we bij zijn fiets. Uit het achtervakje in zijn schoolrugzak heeft hij zijn fietssleutel opgediept, bengelend aan een kleurige sleutelhanger. Hij kijkt er naar.
‘Op de televisie zeggen ze dat van ruilen, huilen komt’, zegt hij tegen mij. ‘Maar dat is niet zo, hè?’
‘Nou…’, aarzel ik. ‘Heb je dan iets geruild?’
Hij draait een beetje met zijn lijf en kijkt mij onderzoekend aan.
‘Neee’, zegt hij dan, ‘maar dat zei iemand. Over ruilen. Dat we dat moesten doen.’
‘En heb je het toen gedaan?’
‘Neuh,’ zegt hij terwijl hij de sleutelhanger in zijn hand ronddraait. ‘Want deze kleur had ik al. Wist je dat niet dan?’
‘Ja nee, oké.’
‘Maar het klopt niet hè, van dat huilen?’
‘Nou ja, soms wel denk ik. Dan krijg je achteraf spijt.’
Hij knikt.
‘Hij zei dat ik dan ook zijn vriend zou worden.’
‘Ah.’
Hij kijkt nog even peinzend naar de sleutelhanger, waarvan ik echt niet weet hoe die er uitzag, maakt dan het slot van zijn fiets open, hangt het om zijn stuur en geeft mij de sleutel met een of ander gekleurd beestje eraan weer terug. Op zijn gezicht flikkert een geheimzinnig lachje.
‘Gaan we?’, vraagt hij.