Foto

Tot enkele maanden geleden stond mijn buurman regelmatig voor de deur. Met de afstandsbediening van de televisie in zijn hand bijvoorbeeld, mij met gebaren tussen woede en wanhoop vragend waarom hij zomaar opeens niet meer met dat ding kon bellen. Of om, met een ondertoon van wat heb je me nou geflikt, bij mij te informeren waarom zijn huis zomaar was veranderd in een pandemonium van hitte en herrie. Wat vaak klopte, maar gelukkig simpel op te lossen viel door de regelknoppen van de centrale verwarming én het ventilatiesysteem weer terug in hun normale stand te zetten. Ik beschouwde die ontmoetingen als seinvlaggen uit de mist van dementie, door ons allebei als verzonden en ontvangen beschouwd met klopjes op elkaars schouders wanneer alles weer terug was naar normaal.

Maar de laatste maanden kwam hij niet meer. Opgeknapt, dacht ik.

Tot ik van zijn kinderen hoor dat hij enkele dagen is opgenomen vanwege een val op straat en ik hem na zijn terugkomst thuis opzoek. Zijn verzet tegen wat niet meer gaat zoals hij ergens weet dat het wel zou moeten, blijkt volledig verdwenen. Bij mijn vraag over zijn ziekenhuisopname, fronst hij alleen maar vragend de wenkbrauwen. Het verband om zijn polsen en de blauwe plekken van infuusprikken zitten er ‘zomaar opeens’. Verder dan wat hulpeloze gebaren en een verontschuldigende glimlach reikt zijn conversatie niet meer. Behalve dan de vraag of ik misschien die vrouwen ken die telkens langskomen om hem te verzorgen.

Gelukkig heb ik ook een concreet opdrachtje meegekregen van zijn kinderen: tegen etenstijd even langsgaan om een stoommaaltijd in de magnetron te zetten. Die dingen zijn nieuw voor hem en ze zijn bang dat hij er in gaat prikken zoals hij bij zijn gebruikelijke maaltijden gewend is.

Dat blijkt niet het geval, wanneer ik tegen etenstijd terugkom. Integendeel. Zijn tafel, eerder die middag nog bedekt met allerlei briefjes en multomappen vol aantekeningen, is keurig opgeruimd. Op het gladgetrokken tafelkleed staat zijn bord, bestek er netjes omheen. Voor zijn bord de ventielmaaltijd waarvan we even eerder samen de gebruiksaanwijzing hebben bestudeerd. De bovenkant niet ingeprikt maar in zijn geheel, met ventiel en al, verwijderd. De openstaande plastic verpakking toont een kleurrijk tafereel van hardgroene broccolipluimen, ongekookt opgekrulde pasta en stukken zalm, roze in hun rauwheid. Naast het bord een opengeslagen agenda. ‘Buurman komt’, zie ik staan bij zes uur.

Verder is de tafel leeg. Tot aan het andere eind. Daar staat, recht tegenover zijn bord, een flink formaat fotolijst schuin op zijn standaard. Zijn kleinkinderen, die hem vanuit een collage van afbeeldingen recht aankijken. En hij hen.