Schaar

Soms lijkt mijn conversatie met kleindochter Elin (3) nauwelijks ergens anders uit te bestaan.
‘Mijn papa en mama…’
En dan volgt hoe die de dingen doen. Net iets anders dan ik dus.

Misschien om zaken voor elkaar te krijgen die bij diezelfde ouders nou juist níet gebeuren, denk ik wel eens. Maar zo simpel is het niet.

Blijkt vandaag, een dag met middagtemperaturen van ruim boven de dertig graden.
‘Van mijn papa en mama mogen we altijd een ijsje als het warm is.’
‘Okééé…’
‘Ik weet wel waar ze liggen.’
‘Okééé…’
En zonder dat ik me erg actief bij deze keuze betrokken voel, draagt ze al trots twee ijsjes naar het balkon waar haar kleine zusje zowat uit haar luier springt van vreugde bij deze feestelijke aanblik.

Maar dan zit het even tegen, want de staafjes zoetbevroren lekkers zitten opgesloten in niet los te pulken krimpfolie. Toch nog wat ruimte voor een opa-initiatief denk ik en haal uit de keuken een aardappelmesje om dit klusje voor ze te klaren.

Om terug op het balkon serieus verdriet aan te treffen. Niet om het ijsje dat zich zo lastig gewonnen geeft. Om hoe ik dit in hemelsnaam denk aan te pakken.
‘Mijn papa en mama doen dat altijd met de schaar!’, snikt Elin.
‘Och meid toch. Ik zag zo gauw geen schaar…’
Met nog wat kleine snikjes waar haar schoudertjes aan meedoen, loopt ze met mij en haar ijsjes terug naar de keuken en wijst daar op een keukenblok met messen én een schaar.
‘Ah!’

Pas als ik het aardappelmesje terugleg en de keukenschaar pak, stoppen de tranen. Tevreden kijkt ze hoe ik een knipje geef in het plastic omhulsel van haar ijsje.
‘Ja!’, zegt ze met een zucht. ‘Zó doen mijn papa en mama dat.’