Droog

De wereld van kleindochter Elin (3) is in één klap tweemaal zo groot geworden of nog wel meer, sinds zij helemaal alleen de deur uit gaat om met haar vriendje die twee deuren verder woont te spelen.
‘Dat mag ik!’, herhaalt ze maar al te graag het wapenfeit dat ik eigenlijk al wel kende. Om vervolgens met haar schoenen als bij een gelukkig toeval aan de goede voet de gang uit te rennen en de voordeur met een ferme afscheidsknal achter zich in het slot te laten denderen.

Niet voor lang, want een paar minuten later al hoor ik tegen diezelfde voordeur een stevige bons. Haar alternatief voor de deurbel die nog zeker een armlengte lang onbereikbaar is. Wanneer ik opendoe, kijkt ze me aan met een onuitgesproken maar daarom niet minder zwaarwegend verwijt in haar ogen. Aan het leven, taxeer ik zo. Veel tijd om te vragen wat er is, heb ik niet want ze rent langs me heen de gang in en doet met verbeten trapgebaren een poging zich ondertussen van haar schoenen te ontdoen.
‘Zal ik helpen?’, vraag ik.
‘Zelf!’, antwoordt ze als iemand die geen tijd heeft voor details. Tot haar leed toch over het randje borrelt en ze uitroept dat ze had aangeklopt bij de buren maar niemand die open deed.
‘En toen moest ik opeens heel snel plassen!’
‘Laat die schoenen maar!’, roep ik en zet de deuren op haar route richting toilet vast open.
Natuurlijk wringt ze zich toch uit haar schoenen want het moet en het zal, rent dan met kleine ‘oh oh oh’ kreetjes naar de WC, trekt haar broek naar beneden en landt in glijvlucht en met een zucht op de bril.

Even, nauwelijks eigenlijk, later komt ze weer tevoorschijn. Haar jurkje aan de achterkant ruimhartig meegenomen in haar onderbroek. Aan de voorkant keurig. Zo kijkt ze er ook zelf naar, terwijl ze hem een beetje uitspreidt om haar prestaties beter te kunnen beoordelen. Kennelijk vertrouwt ze het nog niet helemaal want ik zie hoe ze haar hand uitsteekt en die keurend van links naar rechts over de stof laat gaan.
‘Yesss!’, zegt ze dan.
Niet tegen mij, tegen zichzelf. En spurt er meteen weer vandoor. Naar buiten.
‘Misschien zijn ze er nu!’