Kletsen

Wanneer ik voor de vierde verjaardag van kleinzoon Jonas in zijn woonplaats Oslo ben, merk ik al snel dat we elkaar inmiddels nog maar nauwelijks verstaan. Zijn Noors is voor mij een telkens terugkerend wonder van melodieuze loopjes, maar de betekenis ontgaat me volkomen. Nederlands spreekt hij van zijn kant eigenlijk niet meer. Verstaan ook steeds minder, is mijn indruk.

We kletsen dus wel, veel zelfs, maar communiceren vooral via de achterdeur van omstandigheden, blikken en intonaties. Zijn trieste ogen en een diep gemeend ‘Oi!’ bij een dood aangetroffen lieveheersbeestje. Het kleine lachje waarmee hij de speelgoedautootjes die eigenlijk niet mee naar buiten mogen in de broekzak van opa laat glijden. De samengeknepen ogen en gekromde knietjes waarmee hij me in ons favoriete koffiehuis duidelijk maakt dat hij echt nú moet plassen.

En ’s avonds bij het naar bed brengen als ik hem vertel dat ik zo in mijn eigen huis ga slapen.
‘In Nederland?’, vraagt hij met grote ogen van schrik.
‘Nee, ik heb een klein huisje geleend. Hier vlakbij!’
Hij wijst op zichzelf en zegt op pleitende toon van alles in het Noors.
‘Er is maar één bed’, geef ik antwoord op de vraag die ik begrijp.
Met nog meer Noors en gebaren, maakt hij vervolgens een plekje vrij in zijn eigen bedje en wijst. Kom hier maar liggen.
‘Och, jongen’, zeg ik. ‘Dat is wel erg smal.’

Meteen springt hij uit bed en loopt naar de huiskamer. Even laten komt hij, zuchtend van de inspanning, terug met een dekentje en een kussen en legt die op zijn eigen voorleesbank. Ik ga er even op liggen. Hij dekt me zorgvuldig toe, kruipt dan weer in zijn eigen bed en begint bij wijze van slaapliedje maar vast aan het ‘lang zal Jonas leven’, wat eigenlijk nog komen moet.

Wanneer we allebei een tijdje starend in het donker op zijn slaap hebben liggen wachten, kruip ik onder mijn logeerdekentje vandaan en vertel hem in het Nederlands dat ik naar mijn kamer om de hoek ga en we elkaar morgenvroeg weer zien. Opnieuw antwoord hij mij in het Noors. Iets met bestefar, sove en een naam die ik wel versta maar niet goed kan plaatsen.

Tot hij vanonder zijn dekbed Mario Bros, zijn lievelingspop, tevoorschijn haalt. Hij geeft hem aan mij, voor in mijn airb&b. Zonder woorden verder. Is ook niet nodig.