Bril

Kleindochter Sophie (1) kent in haar leventje vele vormen van vermaak. Samen uitruimen van de vaatwasser, is daaronder beslist een topper. Duplo-auto’s onder begeleidend motorgebrom de bank oprijden en daarna met ruim toereikend geweld vanaf de rand van het ravijn terug in hun kist laten knallen, hoort er ook zeker bij. Net als mompelend rondrommelen in haar speelgoedkeuken, vaak na een teleurgestelde constatering dat er in de echte keuken helaas niets meer valt op te ruimen.

En liedjes zingen. Samen met juf Roos, een altijd blije leerkracht zoals die alleen in de wereld van Youtube ronddartelen. Of ons eigen éénnummerige repertoire over de maneschijn. Ik hoef er maar voor klaar te gaan zitten of ze strekt, strak naast me op de bank, haar handjes al uit om de schoenenpoetsende duizendpoot na te doen.

Maar al deze hoogtepunten van gedeelde pret reiken nauwelijks tot wat voor haar een soort geheime afspraak tussen ons tweeën lijkt. Ze kijkt tenminste altijd erg samenzweerderig wanneer ze ervoor op mijn schoot klimt. Voorzichtig lachend, terwijl ze in een fijne mengeling van voorpret en risicoafweging mijn gezicht afspeurt om te zien uit welke hoek de wind waait. Als ik teruglach, is het pleit beslecht. Met twee plakkerige handjes pakt ze de leesbril beet die altijd aan een koordje om mijn nek bungelt.
‘Voorzichtig!’, zeg ik.
Onnodig, want met verrassend tedere gebaren pakt ze mijn bril bij zijn breekbare pootjes en schuift hem op mijn neus. Ze trekt haar schoudertjes eventjes op, van de spanning misschien, wiebelt een beetje met haar neusje, duwt de bril nog ietsjes hoger en dan kijken we elkaar met grote ogen aan. Ik dankzij de plus 2, zij om wat ze helemaal zelf gedaan heeft. Een ander mens gemaakt.

Tenminste, dat denk ik. Meteen daarna nog een keertje, dat is in elk geval zeker.