Op het opabankje

Mopperen

‘Mijn papa vergeet altijd álles.’
Kleinzoon Liam (5) is logeren en neemt de momenten van rustig bij elkaar zitten te baat om, als twee vrienden aan de borreltafel, het thuisfront in etappes eens kritisch met me door te nemen.
‘Op korte dagen hoef ik geen brood mee’, schetst hij even waar hij allemaal maar mee overweg moet kunnen, ‘en wat zit er in mijn tas?’
‘Brood?’
Hij knikt.
‘Mijn trommeltje. Altijd! Gewoon, vergeten wat voor dag het was…’

En dan die zus van hem, die gewoon maar begint te gillen al is er niks aan de hand. ’s Nachts. En dan wordt híj er wakker van. Maar ook overdag.
‘Zomaar!’
Hij zucht en tilt in een vermoeid gebaar beide handen op.
‘Soms ben ik er even helemaal klaar mee.’

En nu we toch de dingen eens op tafel leggen, moet hem bij de voorbereidingen voor het slapengaan nog wel even iets van de lever.
‘Mijn papa en mama hebben niet eens een pyjama’, schuift hij, met die van hemzelf aan naast me op de bank.
‘Papa’, voegt hij er iets zachter aan toe, ‘die slaapt gewoon in zijn onderbroek. Verder niks! Beetje raar, hè?’

Veel reactie wordt van mij niet verwacht, behalve de volgende morgen aan het ontbijt. Maar dan gaat het ook niet langer over vreemd of acceptabel, maar over recht en onrecht. Hij wil namelijk zijn boterham ook wel eens in stukjes gesneden hebben.
‘Dat ziet er gewoon veel lekkerder uit.’
Maar wat krijgt hij? Hup, gewoon dubbel gevouwen en op elkaar geklapt. Terwijl béide zussen…
‘Het is gewoon niet eerlijk’, besluit hij.

Ik mompel iets onduidelijks, meestal de beste route in zulke situaties. Liam kijkt ondertussen tevreden hoe ik, aangespoord door zijn confessies, zijn boterham in kleine stukjes snij, met de chocoladevlokken prettig in zicht en voor het grijpen. En draagt dan, zoals het nu eenmaal gaat in dit soort gesprekken, zelf zijn eigen lichtpuntje binnen.
‘Ik moet het er misschien maar eens met ze over hebben.’