Op het opabankje

Stress

Het overkwam me afgelopen week net iets te vaak.

Eerst is er die middag dat ik, zoals ik gewend ben, een rondje wil gaan fietsen en op de buienradar kijk omdat het er buiten een beetje wisselvallig uit ziet. Een blauwe bult, precies op de tijdslijn van mijn voorgenomen tochtje. Thuisblijven dus maar want nat laten regenen bij wijze van lunchpauze is ook al zo wat. Om vervolgens de tijd die ik had vanachter het glas naar een aanlokkelijk voorjaarszonnetje te staren, met trommelende vingers van frustratie.

Dan is er de volgende ochtend vroeg die melding op mijn NS-reisplanner. Storing, rode markering ergens middenin mijn reistraject. Met toelichting: treinreis tussen Rotterdam-Zuid en Rotterdam-Lombardijen niet mogelijk vanwege uitgelopen werkzaamheden. Ik moét op tijd zijn en besluit daarom toch maar vast te gaan zover als het lukt en dan daar af te wachten tot de problemen zijn opgelost. Op het station van vertrek herhaalt de omroepstem nog eens het lot dat me bij Rotterdam-Zuid te wachten staat. Vanwege uitgelopen werkzaamheden rijdt de intercity van 6.35 uur niet verder dan… Dus houd ik tussen Blaak en Zuid de stoelleuning met een blik op mijn horloge wat steviger vast in de ongetwijfeld ijdele hoop dat de narigheid niet al te lang gaat duren. Maar er gebeurt helemaal niets! Nog geen uitgewerkte spoorwegbouwer met een schep op zijn schouder te bekennen. Een rondwapperende krant boven een verlaten wisselemplacement. Dat is het. We stuiven volledig ongehinderd door naar Dordrecht.

Daar gearriveerd is het nog niet over. Terwijl ik sta te wachten op de bus die me naar mijn opadagbestemming moet brengen, zie ik opeens dat precies mijn lijnnummer met bijbehorende aankomsttijd op het station zomaar uit de digitale dienstregeling tuimelt. Een minuut of wat geleden stond er nog Lijn 5 Stadspolders 7.22 uur en de volgende keer dat ik opkijk helemaal niks. Niet +3 of zo, gewoon niks. Bus weg. Omdat het kinderschema nauw luistert, twijfel ik even tussen nu héél stevig doorstappen of een taxi zoeken bij de standplaats even verderop. Ik kies voor doorstappen, steek met gehaaste benen de weg over en wordt daar bijna van de sokken gereden door een bus. Lijn 5. Stadspolders, die exact om 7.22 uur met een hydraulische zucht bij het busperron aanschuift.

‘U bent er toch’, zeg ik tegen de chauffeur als ik instap.
‘Soms zijn we elkaar even kwijt’, zegt hij en wijst op het kastje dat hem digitaal aan de wereld geknoopt houdt.

Ah, ja nee, natuurlijk. Ik snap de logica van die verklaring. Maar de brokken voor mij blijven hetzelfde. Reële stress om iets dat nooit heeft bestaan. Hoe moet ik daarmee verder?